|
Rowling schreef een proloog (prequel) op de Harry Potter serie om hem te veilen en het verkregen bedrag aan het goede doel te schenken. De proloog is uiteindelijk verkocht voor bijna 50000 dollar! De proloog is in het Engels geschreven en gaat over James en Sirius. Wij hebben hem alvast voor jullie vertaald naar het Nederlands. Enjoy:
De motor nam zo snel een scherpe bocht in het donker dat de twee achtervolgende politiemannen ‘Whoa’ riepen! Brigadier Fisher stampte met zijn te grote voet op de rem, denkend dat de tweezit zeker onder zijn wielen zou belanden; maar de motor nam de bocht zonder de bestuurders eraf te gooien. De motor draaide snel een smalle zijstraat in.
“Nu hebben we hem!” schreeuwde PC Anderson opgewonden. “Dat is een doodlopende straat!”
Terwijl hij leunde op het stuur, en de versnelling kapot reed, werd de lak van de auto geschraapt toen hij de achtervolging in de smalle steeg inzette.
Daar in de lichten van de auto zat hun prooi eindelijk na een kwartier durende achtervolging. De twee bestuurders waren gevangen tussen een hoge stenen muur en de politiewagen, die nu op hun afstormde als één of ander grommend beest met verlichte ogen.
Er was zo weinig plaats tussen de auto en de muren dat Fisher en Anderson moeilijkheden hadden met uit de auto te klimmen. Het onteerde hen dat ze voet per voet naar hun slachtoffers moesten kruipen. Fisher schuurde met zijn grote buik tegen de muur, waarbij hij enkele knoopjes van zijn shirt verloor en uiteindelijk de spiegel van de wagen afbrak.
“Kom van die motor af” brulde hij naar de lachende jongeren, die koesterend in het flikkerende blauwe licht zaten alsof ze ervan genoten.
Ze deden wat hen gevraagd werd. Eindelijk kwamen ze vanachter het gebroken windscherm tevoorschijn. Fisher staarde naar hen. Ze leken 18, 19 jaar. De jongen die had gereden had lang zwart haar, zijn ontzettend goed uiterlijk deed Fisher ,tot zijn grote spijt, denken aan het gitaarspelend, landlopend vriendje van zijn dochter. De tweede jongen had ook zwart haar, maar zijn haar was kort en stak alle richtingen uit; hij droeg een bril en had een brede lach. Ze waren allebei gekleed in T-shirts versierd met een grote gouden vogel, het embleem van één of andere oorverdovende, onwelluidende rockgroep dacht Fisher.
“Geen helmen!” schreeuwde Fisher toen hij van de ene naar het andere onbedekte hoofd wees. “Het overtreden van de snelheidslimiet met een aanzienlijke snelheid” (In feite, de gemeten snelheid was groter dan Fisher ooit had gezien voor een motor) “Niet stoppen voor de polite!”
“We hadden graag gestopt voor een leuke babbel” Zei de jongen met de bril, “Maar we probeerden ...”
“Doe nu niet snugger, jullie zitten diep in de problemen” gromde Anderson “Namen!”
“Namen?” herhaalde de bestuurder met het lange haar “Wel, je hebt Wilberforce ... Bathsheba ... Elvendork...”
“En het leuke aan die laatste is dat het voor zowel jongens als voor meisjes gebruikt kan worden” zei de jongen met de bril.
“Oh, je bedoelde onze namen?” vroeg de bestuurder, toen Anderson begon te koken van woede. “Dat had je meteen moeten zeggen! Dit is James Potter en ik ben Sirius Zwarts!”
“De dingen zullen serieus zwart voor jullie worden in enkele minuten, jij kleine ...”
Maar noch James noch Sirius luisterde. Ze waren ineens zeer alert, ze keken voorbij Fisher en Anderson, over het dak van de politiewagen, in de donkere mond van de steeg. Toen, met gelijke vloeiende bewegingen, grepen ze naar iets in hun achterzak.
De eerste seconde stelde beide agenten twee glimmende pistolen voor die op hen gericht waren, maar iets later zagen ze dat de twee motorrijders niet meer hadden getrokken dan...
“Drumstokjes?” spotte Anderson “Een echt stel grappenmakers die 2. Ok, wij arresteren jullie op grond van...”
Maar Anderson heeft de redenen nooit kunnen zeggen. James en Sirius schreeuwden iets onverstaanbaar, en de lichtstralen van de autolichten waren weg.
De agenten keken rond en wankelden achteruit. Drie mannen vlogen, jawel vlogen, in de steeg op bezems, en op hetzelfde moment stond de auto op zijn achterste wielen.
De knieën van Fisher begaven het: hij viel hard op de grond. Anderson viel over de benen van Fisher en viel op hem. Ineens hoorde ze FLUMP-BANG-CRUNCH. Ze hoorden de mannen op hun bezems tegen de rechtstaande auto knallen en, gevoelloos, op de grond vallen, terwijl stukjes bezem overal in het rond vlogen.
De motor kwam weer tot leven. Met zijn mond open vond Fisher de kracht om naar de tieners te kijken.
“Zeer fel bedankt!” riep Sirius over het gebulder van de motor uit. “We zijn je iets verschuldigd!”
“Ja, het was leuk jullie te ontmoeten!” zei James “En niet vergeten: Elvendork is uniseks”
Ineens was er een knal die de aarde deed schudden. Fisher en Anderson vielen in mekaars armen van de angst. Hun auto was weer op de grond gevallen. Nu was het de beurt van de motor om op zijn achterste wiel te gaan rijden. En vlak voor de ogen van de ongelovige agenten steeg hij op in de lucht. James en Sirius vlogen weg in de nachtelijke hemel, hun achterlicht werd kleiner en kleiner, net als een verdwijnende robijn.
|